K.H. Hödicke - Kaspar

Beeldvergroting?    -    Klik op de afbeelding!

De bronzen beeldzuil Kaspar heeft een tectonisch kubisch en een antropomorf lichamelijk gedeelte. Beide delen zijn verticaal tot één beeld op en in elkaar gezet. Het figuurlijke gedeelte is in de opbouw van de beeldzuil geïntegreerd, maar doet toch de vorm en de verticaliteit daarvan boven het midden van de zuil vehement teniet.
De onderbouw van drie verzet op elkaar geplaatste kubussen draagt een dikke kogelbuik. Worstachtige babybeentjes zoeken houvast aan de kanten van de derde kubus. Op de kogelbuik ligt een lage, tweedelig geopende doos als bovenlichaam met aan de verticale kanten grote wegwijzerachtigen handen in alle richtingen. De wijd uiteengespreide lelijke vingers versterken de indruk van een expressief verscheurd lichaam.
De bovenste vierde kubus is de drager en bewaarplaats van een hoofd met drie gezichten enerzijds en anderzijds een gesloten vervolg van de opbouw van de beeldzuil in zijn geheel.
Boven het geopende bovenlichaam zit het 'hoofdgezicht': een als haut-reliëf uitgevoerd masker met 'neergeslagen' blik en ronde mondopening.

  
Beeldvergroting?    -    Klik op de afbeelding!

Het hoofdgezicht wijst weliswaar op de 'voorkant' van de beeldzuil, de beschouwer wordt echter snel ertoe bewogen rond te gaan en het lichaam en de bouwvorm van de zuil en het samengroeien ervan te doorgonden, gezicht en uitdrukking ervan van een ander standpunt nieuw te vinden. Pas bij het omschrijden van de zuil wordt duidelijk hoezeer het beeld van zijn kant het rondom, de draaiing van de lichamen en vlakten, de afwisseling van de aanzichten speels ontplooid.
De beeldzuil ontstond door het boven elkaar plaatsen van holle lichamen en een camouflerende bewerking met gips en andere stabiliserende materialen. Daarbij bleven slierten en bewerkingssporen in het zachte, maar snel opdrogende gips over die voor een schilderachtig oppervlak zorgden. Deze werd door het brons nauwkeurig overgenomen.
De 'tache', de vlekkenachtige oppervlaktestructuur van het materiaal, en haar handmatige bewerking moet ambivalent worden opgevat: enerzijds is zij een spoor en een uitdrukking van een vrije actie, anderzijds functioneert zij als deel van een proces van lichaamsvorming, dus als precisering van een voorwerp. Het lichaam wordt door de materiaalbewerking van het oppervlak enerzijds gevormd en bepaald, anderzijds echter ook overdekt en minder in het oog vallend gemaakt.
Hödicke wil niet allen dit lichaam tonen, maar tegelijk ook dat wat het lichaam als een huid of net als modder overdekt of bewegelijk omspeelt. Bij dit bronzen beeld wordt deze 'huid' nog eens met een 'vreemde' structuur overtrokken, de groene patina die als gevolg van het kunstmatig produceren haar eigen verloop en vloei achterlaat.
De verhouding van concrete lichamelijkheid en vrije schildersactie ist algemeen kenmerkend voor het werk van Hödicke. Mijn individuele eigenheid, mijn heel persoonlijke gekheid, heeft mijn ertoe overgehaald, voorwerpen erin te laten vallen als in een kleurenmoeras. En die doen dan iets. Die willen verwerkt worden .... Het voorwerp als het absoluut andere, als een vreemd lichaam in een abstracte vloei van kleur, een beweging van materie op een vlak ... In dit verschil ontplooid zich het werk van Hödicke als een paradigma voor de mogelijkheid van afbeelding.