Sculpturen

David D. Lauer - Figur (beeld)

Beeldvergroting?    -    Klik op de afbeelding!

David Lauers beeld bestaat uit twee delen, het figuratieve bronzen lichaam van 180 cm hoogte en een cilindervormige stenen sokkel van basaltlava dat als standvlak van het bronzen beeld dient. Het geel-groen door de patina doorschijnende beeld verschilt niet allen duidelijk van de grijze sokkel. Het is met zijn standvlak alleen door een smale insnoering van het lichaam met de gestileerde voetzone verbonden. Het lichamelijke gewicht van het beeld ligt in het bovenlichaam en de gestileerde armen.
Het beeld laat meer dan een concept van het lichaam zien: naast het silhouet toont de naar het teras gerichte zijde een streng verticale oriëntering die echter door een naar boven lopend, scherphoekige dubbele graat geleed wordt, die naar ongeveer twee derde van de hoogte ophoudt en in twee zacht aangeduide armen uitlopend in brede schouders eindigt.
De voorkant van het beeld suggereert een een krachtige, op een zwaard steunende wachter. Zijn attributen zijn niet gedetaillerd uitgebeeld, maar als het ware geïnkorporeerd in het lichaam. De te associëren voorwerpen en het lichaam van deze 'wachter' zijn één gesloten, ommanteld geheel geworden.
Volkomen anders is de naar het bordes gerichte achterkant van het beeld. Zitvlak, schouders en hoofd van het beeld lijken zich meer in vegetabile vormen te veranderen, die symmetrisch geordend zijn.
Een stabiliserende middenas zoals die van de voorkant en de achterkant gesuggereerd wordt ontbreekt bij het beeld.

Beeldvergroting?    -    Klik op de afbeelding!

Daardoor lijkt het alsof de twee helften van het lichaam tenminste van opzij bekeken weg van elkaar en zelfstandig willen worden: naar voren heen tot een strenge, harde, technisch aandoende vorm (de 'wachter'), aan de achterkant een paddestoelachtig, drievoudig geleed gewas dat met zijn uitstulpingen het evenwicht van het geheel te verstoren lijkt. De massa van dit 'gewas' dreigt naar achter in de ruimte weg te drijven.
Deze excentrieke lichaamsvorming wordt door de ronde sokkel samengehouden, die het beeld als het ware in een rotatie lijkt te brengen. De totale compositie van beeld en sokkel laat ook iets van een vegetabiel motief van een bloem erkennen, nog in knopvorm, kort voor een mogelijke ontplooing met geconcentreerde kracht.
Het plastische werk van David Lauer blijft in het midden tussen de uitbeelding van organische lichamelijkheid en anorganische technoide vormen. Varianten van zijn beeld gaan daarbij tot aan de grens van concrete vormgeving. De na het verschijnen van het Italiaanse futurisme geformuleerde eis van een vereniging van lichamelijke organismen en technische vormen in beelden met en onverwachte, overmatige en gedynamiseerde kracht lijkt bij Lauer minder polemisch, meer naar het lyrische opgevat en verder ontwikkeld te zijn.