Sculpturen

Matta - Chaosmos

Beeldvergroting?    -    Klik op de afbeelding!

Chaosmos treedt on als een eigenaardig zoömorf schijnend beeld van poliepachtige lichaamelijkheid tegemoet, diens zichtbare holheid met zijn afwisselende oppervlaktevormen duidelijk contrasteerd. In feite lijkt dit lichaam alleen uit huid te bestaan, zacht en uitpuilend, geopend en doordrongen levend. Zonder staanvermogen volgt het maar net even ergens verankerd een grote vloeiende beweging. Op het afwisselend aan- en afzwellende oppervlak zitten toevallig erop gezet lijkende 'parasieten', goudglanzend en bolvormig, en kijken ons als wezens met een groot gezicht aan. Zij zijn veel concreter in vorm en blik dan het grote beeld zelf en zien er toch ornamental vereenvoudigd en gefunctionaliseerd uit. Zij lijken op bloedegeltjes op een gespierd mannenrug.
In feite toont het poliepenwezen antropomorfe trekken, een overgroot gezicht met een breed muil over een miniskuul bovenlichaampje en nog kleinere vergroeide beentjes. Dat wat onze lichaamelijkheid kenmerkt, zelfstandigheid, symmetrische vormgeving, constructiviteit en proportie, ontbreken bij dit beeld volledig. Schijnbaar toevallig, maar toch zeer nadrukkelijk, worden via het grote duidelijke gezicht de antropomorfe trekken gepresenteerd.
De plastische combinatie van verschillende lichaamsvormen herinnert aan olmekische grijzaardkinderen van de Pre-Columbiaanse cultuur in Midden-America. De ouwelijke baby of de grijzaard met een babygezicht overspringen de tijdsgrenzen en verwijzen op de gelijktijdigheid van ontstaan en vergaan. Het beeld moet als vormgeving in transitieve zin worden opgevat. Het generatieve moment ligt niet in de ontmoeting van twee verschillende lichamen, maar in het lichaamelijke zelf. Het lichaamelijke is een van verschillende momenten doordrongen beeld dat wezenlijk voorgang en verschijning is.

         
Beeldvergroting?    -    Klik op de afbeelding!

In de Viersense collectie is een dergelijk generatief moment tot nog toe niet vertegenwoordigd. In de collectie overheersen vooral de als het ware technische aspecten van het bouwen en van het statuarische, van de structuur en van de balance en hun tekenachtigheid als elementaar sculpturaal vormbesluit. Zelfs bij een 'vloeibaar' beeld van een K.H. Hödicke ligt het klassieke motief van een beeldzuil en haar elementaar-lichaamelijke opbouw ten grondslag. Met Matta's Chaosmos komt er een zoömorf element bij, doordat de voorwaarde van de mogelijkheid van het plastische volledig nieuw getematiseerd wordt. Lichaamelijkheid wordt als generatief ontwikkelingmoment gezien. Het doordrongenworden in lichamelijke zin, de holheid en de buitenruimte, de applicaties en de net als bij een celdeeling naar binnen gewelfde plastische indrukken duiden eerder op een doen ontstaan van cellen, lidmaten en lichaamelijkheid dan op zijn onvermijdelijke finaliteit. Niets is hier definitief, ook niet het 'uitbeelden' waarvan de oorsprong in de lichamelijke vormgeving als een biomorf proces van zich verschillend ontwikkelende en doorkruisende levensprocessen ligt – naast of beter vóór de definitieve scheiding en onderscheidbaarheid van innerlijk en uiterlijk, symmetrie en constructie, functie en oorzaak of resultaat van onderscheidbare handelingen. Deze ordeningsmogelijkheid is hier nog het oorspronkelijke ontstaan imanent, in nuce zich als het ware ontwikkelend.
Dit beeld kon meer dan twintig jaar rijpen, tot dat het in het begin van de jaren negentig definitief in brons gefixeerd werd. Het is fascinerend te zien hoe Matta, de grote meester van de Surrealistische kunst, erin slaagt buiten de overheersende eigentijdse beeldhouwkunst om deze als het ware te onderlopen en een nieuw generatief moment van plastische mogelijkheden te vinden. Met Chaosmos wordt de Viersense beeldencollectie met een wezenlijk en oorspronkelijk moment van het plastische verrijkt.